• Maartje Jongbloed

Prinsjesdag: welke uitdagingen zijn er binnen het sociaal domein?

“Wij leven in een tijd van tegenstrijdigheden en onzekerheid. Het is tegenstrijdig dat bestaanszekerheden onder druk staan en armoede toeneemt in een periode van economische groei en lage werkloosheid.”

Met deze woorden opent Koning Willem-Alexander de troonrede van 2022. In dit artikel ligt de focus op bestaanszekerheid en de kansen die de miljoennota bieden aan gemeenten binnen het Sociaal Domein.


Waar voorgaande jaren een beperkte groep inwoners moeite had met rondkomen, zullen komende jaren meer inwoners zich zorgen maken of zij de rekeningen wel kunnen betalen. Dit raakt rechtsreeks aan de doelgroep van het sociaal domein, met de vraag: wordt deze doelgroep nu groter? Gaan we na een periode van toenemende welvaart en voorzieningen naar een ander tijdperk toe? Wat betekent dit voor de voorzieningen van de gemeenten en meer specifiek voor de diensten binnen het sociaal domein? De kans is groot dat meer inwoners een beroep gaan doen op de participatiewet of op een vorm van ondersteuning vanuit de jeugdwet of Wmo. Ook kan een grotere groep inwoners een beroep gaan doen op andere diensten van overheden, zoals schuldhulpverlening, de armoede-pas, en gesubsidieerde sport. Het lijkt erg aannemelijk dat gemeenten een grotere groep inwoners met diverse (nieuwe) hulpvragen op zich af zien komen.


In de troonrede en in de miljoenennota zien we naast initiatieven om de gevolgen van economie te dempen voor de koopkracht van inwoners/huishoudens ook aandacht voor thema’s uit het sociaal domein. In dit artikel geven we aan welke onderwerpen opvallen en waar gemeenten een rol in kunnen hebben.


Kansen en uitdagingen binnen het jeugddomein

“Het kabinet zet in op een afname van de armoede en heeft daarbij bijzondere aandacht voor kinderen.”

Dankzij de te nemen maatregelen zal het effect op kinderen kleiner zijn dan op volwassenen. Concreet zal het kindgebonden budget verhoogd worden, waardoor kinderen relatief minder van de afname van koopkracht zullen merken. Maar voor gezinnen zal de koopkracht niet toenemen en het kindgebonden budget zal ook gebruikt gaan worden om andere financiële gaten in het huishoudboekje te gaan dichten. Vroegsignalering en laagdrempeligheid is voor gemeenten de komende tijd erg belangrijk om in een later stadium hogere (jeugd)zorg kosten te voorkomen. Volksgezondheid, Welzijn en Sport krijgt 95,1 miljard euro, waarvan een deel naar jeugd gaat. Verder maken de kosten voor de zorg en ouderenzorg hier een groot deel van uit. Vanwege het Integraal Zorgakkoord wordt een afname verwacht, maar om deze verandering goed in te kunnen voeren is 3 miljard euro gereserveerd.


Naar Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gaat een bedrag van 49,7 miljard euro. Expliciet wordt kansengelijkheid genoemd, waar dit gekoppeld wordt aan onderwijs. Inderdaad, vanaf de wederopbouw hebben kinderen kans gehad op een goede plaats in de arbeidsmarkt dankzij een diploma. Werden begin jaren ’50 en ’60 vrouwen (meisjes) nog uitgesloten van onderwijs, zien we inmiddels dat elk kind recht heeft en toegang tot onderwijs. Toch zien we ook het onderwijs onder druk staan: er is een tekort aan leerkrachten, door de invoering van het inclusieve onderwijs zien we in één klas leerlingen met verschillende leerbehoeften en mogelijke gedragsproblemen en de toename van particulier onderwijs neemt toe. Daarnaast zien we met name in het VMBO dat er een grote groep jongeren een vak aan het leren is dat niet snel tot een baan zal leiden. ROC's zoeken naar een betere match met de arbeidsmarkt en zullen veel meer inzetten op praktijkleren.

Ook hier liggen kansen voor gemeenten: investeer in de vroeg voorschoolse educatie, in de samenwerking tussen jeugd en onderwijs, faciliteer in netwerkoverleggen en neem mee in je onderwijsbeleid dat alle jeugdige inwoners de kans krijgen zich te ontplooien naar hun vermogen. Binnen en buiten de muren van de school, zowel op het sportveld als bij andere naschoolse activiteiten.

Het kabinet zet in op compensatie aan slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire. Helaas is het nog steeds nodig dat slachtoffers gecompenseerd worden. Hier liggen kansen voor gemeente om naast de hersteloperatie door de belastingdienst gezinnen te blijven ondersteunen. Dat kan op allerlei vlakken, het is mooi om hier prioriteit aan te geven en integraal naar een huishouden te kijken.


Op een meer abstract niveau werkt het kabinet aan het voorkomen van nieuwe schrijnende situaties te voorkomen door de verbetering van de publieke dienstverlening. De vraag is wat dit betekent voor gemeenten. Worden de wetten binnen het sociaal domein en opgestelde beleidsregels minder rigide toegepast? Zetten we de inwoner eindelijk centraal door naast de client te staan, te luisteren wat zij nodig hebben en kunnen we dit bieden? Of voldoen we al aan een eis van goede dienstverlening als binnen 5 werkdagen een verzoek van een inwoner wordt afgehandeld?


Kansen en uitdagingen vanuit participatie

Naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat een bedrag van 93,5 miljard euro. Om de meest kwetsbare mensen te beschermen en lagere middeninkomens perspectief te bieden, maakt het kabinet 17 miljard euro vrij. Nooit eerder stak de overheid zoveel geld in koopkrachtreparatie voor huishoudens. Daarvan is een kleine 12 miljard euro voor incidentele maatregelen in 2023, zoals een voortzetting van de energietoeslag van 1300 euro via gemeenten, die zij deels dit jaar al kunnen uitkeren. En daarnaast een verhoging van de zorgtoeslag, verhoging van het kindgebonden budget, verlaging van de energiebelasting (dit wijzigt indien er een prijsplafond komt) en verlaging van de brandstofaccijnzen.


De minimumlonen zullen stijgen naast de reguliere cao’s die met 2,1% stijgen. Vanwege de verwachte inflatie is het de vraag of deze stijging voldoende is om de daling in koopkracht op te vangen. Zeker nu de energieprijzen, ondanks het afgesproken energieplafond, zullen toenemen. Iedereen gaat hier last van hebben. De krapte op de arbeidsmarkt zet zich ook in 2023 door en in iedere sector is inmiddels sprake van een tekort.

​ Hier liggen kansen voor gemeenten om juist nu mensen met enige vorm van arbeidsbeperking een stap op deze markt een stap te laten zetten. De op stapel staande aanpassing van de participatiewet is hier ook stevig op gericht: gemeenten worden uitgedaagd om al in de geest van deze verandering te gaan werken. Hier liggen veel kansen voor gemeenten en vanuit BONVUE denken we graag mee naar de wijze waarop deze kansen benut kunnen worden.

Kansen en uitdagingen binnen het domein van de Wmo

VWS stelt in 2023 €30 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg. Tegelijkertijd is een eerlijkere eigen bijdrage is noodzakelijk om de aanzuigende werking van de huishoudelijke hulp te remmen en de (financiële) druk op Wmo-voorzieningen in brede zin te verminderen. Zo blijven zorg en ondersteuning in het kader van de Wmo beschikbaar. Deze maatregel uit het coalitieakkoord vergt een wetswijziging die momenteel wordt voorbereid en gaat in op 1 januari 2025.


Om het Wmo-toezicht sneller te verbeteren en de Wmo-toezichthouder een duidelijkere taakomschrijving mee te geven, worden in 2023 de randvoorwaarden voor de Wmo-toezichthouder geborgd in wet- en regelgeving. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre het wenselijk is het toezicht te organiseren op regionaal niveau.


De plannen van VWS voor het volgende kalenderjaar tonen veel overeenkomsten vertonen met het ondertekende Integraal Zorgakkoord (IZA). Dat Zorgakkoord moet ”stevige stappen zetten naar zorg en ondersteuning die beter kan omgaan met de stijgende zorgvraag.”


Volgens de plannen wordt het beleid van VWS getekend door een brede blik op gezondheid. Daarbij noemt de Minister drie uitgangspunten:

  1. In een gezonde samenleving kunnen mensen hun leven leiden, bijdragen en meedoen, mét of zonder aandoening of beperking.

  2. in een gezonde samenleving streven we naar zo min mogelijk gezondheidsverschillen.

  3. In een gezonde samenleving kijken we om naar elkaar en helpen we elkaar waar dat nodig is.

Tot slot wil het Ministerie inzetten op duurzame zorg. Dit betekent minder afval, minder CO2-uitstoot en meer hergebruik van materialen.


Woningnood

Met een bedrag van 9,2 miljard euro naar Binnenlandse Zaken wil het kabinet onder andere meer woningen bouwen. De bouwproductie moet tot en met 2030 stijgen naar 100.000 woningen per jaar. Of dat haalbaar is, zal in de toekomst blijken.


Voor het sociaal domein is het belangrijk te blijven investeren in woningen voor speciale doelgroepen. Denk aan beschermd wonen, woningen speciaal voor inwoners ouder dan 18 jaar die gekampt door psychische problemen ondersteuning nodig hebben. Of initiatieven als begeleid op kamers voor jeugdigen uit een instelling. Ook kan je denken aan extra woningen voor gezinnen waarvan de ouders in een conflictscheiding zijn beland. Het is vaak onmogelijk om snel en binnen een aanvaardbaar budget een extra woning te vinden, terwijl het samen blijven wonen in een conflictsituatie verre van ideaal is.

​Woningbouwcorporaties zoeken steeds meer de samenwerking met gemeenten en het sociaal domein. Het is niet enkel een woonvraag, maar met de specifieke doelgroep (denk aan statushouders, vluchtelingen, mensen in armoede) komen ook veel sociale aspecten met deze nieuwe huurders meekomen. Hier liggen veel kansen, want woningbouwcorporaties spreken nog niet "de taal" van gemeenten. Op dit grensvlak kunnen we vanuit BONVUE gemeenten ondersteunen om verschil te maken.

Opvang vluchtelingen

“Deze zomer ontstond er in korte tijd een tekort aan opvangplekken voor asielzoekers, met schrijnende en ongewenste situaties als gevolg, zowel voor de mensen die hier een veilig heenkomen zoeken als voor de medewerkers van opvanglocaties en omwonenden. Het kabinet rekent zich dit aan en werkt met gemeenten en andere betrokken organisaties aan oplossingen.” Dit citaat uit de troonrede laat zien dat gemeenten aan zet zijn om vluchtelingen op te vangen.


Waar veel daadkracht is gezien op het moment dat Oekraïense vluchtelingen onze kant op kwamen, kunnen we de in de haast opgetuigde opvangstructuren gaan verstevigen en borgen. Ook hier liggen kansen voor onderwijs en jeugd: wat voor onderwijs bieden we aan, kunnen we wellicht het lerarentekort aanvullen door statushouders met het juiste diploma een kans in het onderwijs te geven? Welke ondersteuning is nodig om optimaal te integreren?

Kortom: als BONVUE adviseur biedt bovenstaande kans om out-of-the-box mee te denken in het zorglandschap. Hierin is het belangrijk om o.a. te kijken naar de intergemeentelijke samenwerkingen en op een interactieve manier beleid te ontwikkelen.

Ondanks de uitdagingen op economisch vlak blijven er genoeg uitdagingen om de kansengelijkheid in het onderwijs te vergroten, de vluchtelingenopvang goed te organiseren en de woningnood verder aan te pakken. Ook kan een BONVUE-adviseur, door anders te kijken naar een fenomeen en de juiste initiatieven en inzichten aan elkaar te verbinden, zorgen voor een passende integrale aanpak en preventie. Met een heldere visie op deze onderwerpen en een concrete uitvoeringsagenda kan BONVUE je helpen om woorden om te zetten in daden.