top of page
  • Foto van schrijverAnouk, Stephanie, Maaike, Matthew, Nina, Noëlle

Het belang van Provinciale Statenverkiezingen


Vandaag is het weer zover: de Provinciale Statenverkiezingen staan op het programma. Deze verkiezingen vinden één keer in de vier jaar plaats en houden simpelweg in dat het bestuur van de provincies wordt gekozen.


Waarover mogen de Provinciale Staten besluiten nemen?

De Provinciale Staten mogen beslissingen nemen over de infrastructuur en de ruimtelijke ordening. Zo wordt er onder andere beslist over de uitbreiding van wegen en woningen. Daarnaast controleren de leden van de Provinciale Staten de verschillende gemeenten in een provincie, zoals controles op de begrotingen en waterschappen.


Bij de Tweede Kamerverkiezingen zijn de inwoners van Nederland zelfstandig bevoegd om de leden te kiezen, maar de Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer. Vanuit de visie van democratie moeten de beslissingen van de Tweede Kamer getoetst en herzien worden door de Eerste Kamer. Momenteel heeft het kabinet in de Eerste Kamer geen meerderheid. Er is daarom steun nodig van andere politieke partijen om plannen door te voeren.


Onze kijk op de verkiezingen van 2023

Gaat er een frisse wind waaien in politiek Nederland? Onze trainees vertellen over hun kijk op deze verkiezingen en hun toekomstige rol als strategisch adviseur binnen de overheid. Allereerst kaart Maaike het belang aan van de stemopkomst in Nederland.

“De opkomst bij de Provinciale Staten- en Waterschapsverkiezingen is lager dan bij andere verkiezingen. Zeker onder jongeren leven de verkiezingen niet erg. Zo las ik in een onderzoek van Ipsos dat maar 28% van mensen onder de 35 jaar op de hoogte was van deze verkiezingen. Daar schrok ik echt van, want de thema’s waar de provincies en waterschappen mee te maken krijgen, zoals klimaat, energie en wonen, zijn erg belangrijk en hebben direct invloed op onze toekomst.” - Maaike (27)

Bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2019 was de opkomst ruim 56%. Belangrijke thema’s waren toen duurzaamheid, verkeer en vervoer, vluchtelingenopvang en woningbouw. Net als toen, heerst er nu bij de verkiezingen veel discussie over het Klimaatakkoord van Parijs, overeengekomen in 2015. Dit akkoord is nu doorgewerkt tot bijvoorbeeld de discussie rondom het stikstofbeleid. Nina brengt het verschil tussen de verkiezingen van 2019 en nu ter sprake.

“In 2019 zag de wereld er anders uit dan nu in 2023, er is veel gebeurd wat we van tevoren niet hadden verwacht. Op actualiteit stemmen vind ik daarom lastig, ik weet niet of de actualiteit van vandaag ook de actualiteit van volgend jaar is. Ik vind het belangrijk om te kijken naar de ideologieën van een partij, vooral de onderbouwing waarom en hoe een partij sociale problematieken wil aanpakken is voor mij van belang. Bestaansonzekerheid is daarin een belangrijk onderwerp.” - Nina (25)

Binnen BONVUE richten we ons vooral op het sociaal domein. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vraagstukken in relatie tot de bestaanszekerheid van inwoners. Onderwerpen met betrekking tot iemands bestaanszekerheid zijn jeugd- en ouderenzorg, woningnood, (energie)armoede en de opvang van asielzoekers.


Hierbij wordt de nadruk vaak gelegd op de invloed van de corona- en energiecrisis, terwijl bestaanszekerheid een complex vraagstuk is dat niet zomaar zal verdwijnen bij het einde van een pandemie of crisis. Stephanie heeft tijdens haar studie verschillende stages gelopen binnen het sociaal domein. Hierdoor heeft zij affiniteit met de complexiteit van het vraagstuk bestaanszekerheid. Ze zegt hierover het volgende:

​“Ik ben meermaals met kwetsbare doelgroepen in contact geweest die te maken hadden met een vorm van bestaansonzekerheid, zoals (energie)armoede en/of schuldenproblematiek. Ik vond dit heel heftig. Vooral om te realiseren dat deze problemen zoveel impact hebben op de relaties met anderen, de manier van wonen en iemands gezondheid. Daarom wil ik doormiddel van mijn stemkeuze ervoor zorgen dat de belangen van juist deze (kwetsbare) groepen gehoord worden.” - Stephanie (25)

Wat betekent deze verkiezing voor het sociaal domein?

De provincies vormen een bestuurslaag tussen de regering in Den Haag en de gemeenten. Dat is terug te zien in wat de provincie doet. Soms is de provincie een doorgeefluik, vaak stemt ze zaken af tussen de gemeenten in de regio. Zaken die de hele provincie aangaan, doet de provincie zelf. Als het gaat over het sociaal domein hebben gemeenten de wettelijke verantwoordelijkheden en nemen de provincies voornamelijk een ondersteunende rol aan. Waar gemeenten een klein netwerk hebben, is dat van de provincie vele malen groter. Zo kan de provincie de gemeente op regionale onderwerpen ondersteunen met kennis en financiële middelen om zo bij te dragen aan een verbetering voor alle inwoners.


Er kan niet genoeg herhaald worden dat een stem uitbrengen dus wel degelijk van invloed is op de besluitvorming in Nederland, ook op het vlak van het sociaal domein. Op welke partij gestemd wordt is belangrijk als er gekeken wordt naar op welk niveau jeugd, zorg of welzijn opgepakt worden, maar ook in welke doelgroepen geïnvesteerd of juist bezuinigd wordt.


Een voorbeeld hiervan is de provincie Limburg die het project De Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBT) heeft opgezet waar kinderen op 14 scholen gezond eten krijgen en er extra ruimte is voor sport en ontspanning. Het resultaat is positief want er is te zien dat kinderen een gezonder gewicht krijgen, minder ruzie met elkaar maken én een betere sfeer op school ervaren. Het zou mooi zijn als er in de toekomst meer van dergelijke initiatieven, waar provincie en gemeenten nauw samenwerken, opgezet worden. Echter, het is lastig om te bepalen wat de precieze impact van deze verkiezingen zal hebben op het sociaal domein. Matthew spreekt hierover zijn verwachting uit.

​“Als ik kijk naar de aankomende verkiezingen verwacht ik dat links en rechts georiënteerde kiezers verschillend zullen stemmen, met polarisatie tot gevolg. Er zullen veel zetels naar het midden schuiven, zoals zetelwinst voor de BBB, wat voor verdeeldheid gaat zorgen. Wetten gaan nog moeilijker worden aangenomen doordat de politiek nog meer compromissen zal moeten sluiten.” - Matthew (23)

Doordat er sinds Kabinet Rutte I geen echte meerderheid van de regeringspartijen in de Eerste Kamer meer is, moeten er constant politieke compromissen worden gezocht. Dit gaat moeizaam en doet de kwaliteit van de wetgeving geen goed. Daarnaast ondermijnt deze verdeeldheid de controlerende taak van de Eerste Kamer, die juist zou moeten letten op de uitvoerbaarheid van wetten, maar nu voornamelijk bezig is met repareren. Dit effect is ook voelbaar in de wetgeving voor het sociaal domein, wat we bijvoorbeeld terugzien in de moeizame akkoorden over de jeugdzorg en migratie.


Het belang van een goede sociale infrastructuur

Ondanks de verwachte stagnatie in de Eerste Kamer rondom jeugdzorg en migratie, zijn er ook andere onderwerpen die aan bod komen bij de Provinciale Staten waar de stemmer invloed kan uitoefenen op het sociaal domein, die in eerste instantie daar niet altijd over lijken te gaan. De trainees van BONVUE kunnen hier verschillende voorbeelden van geven. Zo heeft Nina - tijdens het werken in de thuiszorg en als mentor van een statushouder - gemerkt dat verschillende fysieke zaken rondom de infrastructuur wel degelijk in contact kunnen staan met het sociaal domein.

​“De nadruk bij de provinciale verkiezingen ligt vooral op de infrastructuur. Toch zie ik een groot belang om te stemmen om het sociaal domein vooruit te helpen. Zo kan een beter OV-netwerk verschillende mensen makkelijker in contact brengen met elkaar, bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke beperking of mensen zonder auto. Ook zijn er veel verschillende meningen binnen de partijen hoeveel invloed de provincie nog kan uitoefenen op verschillende sociale zaken, zoals het uitgeven van geld om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan te helpen.” - Nina (25)

Meer woningen voor iedereen

Een ander belangrijk thema waar de provincie veel invloed op heeft is de woningnood. Niet alleen door het uitgeven van de benodigde vergunningen, maar ook heeft de provincie hierin de controle op de gemeente. Het is namelijk de bedoeling dat de woningen naar de doelgroep gaan waar ze voor zijn bestemd.

Niet alleen moet er worden gekeken naar de hoeveelheid woningen die worden bijgebouwd, maar ook naar de kwaliteit en de plaats van de woningen. Door ook de behoeften van kwetsbare groepen mee te nemen, heeft dit natuurlijk ook zijn weerslag op het sociaal domein. Dit zie je bijvoorbeeld terug in de problematiek rondom jongeren. Het is al moeilijk om als starter een betaalbare woning te vinden, zelfs als je uit een stabiele thuissituatie komt. Laat staan voor veel jongeren die door moeten stromen uit de jeugdzorg, waarin het niet altijd logisch is dat er een sociaal vangnet voor hen klaar hangt.

​“Ik merk dat de discussie rondom wonen vaak uitmondt in een bijna vervreemdend ik-of-jij gesprek. Het gaat dan niet over het feit dat er een tekort is aan woningen, maar het is vooral een probleem wie er voorrang krijgt op een woning. Dat er woningen bij moeten worden gebouwd is zeker. Door te bouwen met een inclusieve blik op de toekomst en de behoeften voor kwetsbare groepen hierin mee te nemen, bouw je niet alleen een huis, maar een thuis.” - Noëlle (28)

De invloed van de provincies op bestaanszekerheid

Onderwerpen in relatie tot bestaanszekerheid kunnen gelinkt worden aan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Deze wet is in 2015 gedecentraliseerd en verlegde de wettelijke verantwoordelijkheid voor de zorg voor langdurige zieken en ouderen naar de gemeenten. Dit heeft een duidelijke invloed gehad op de taakverdeling tussen het Rijk, de provincies en de gemeenten. Anouk heeft tijdens haar master in publiek beleid een scriptie geschreven en hierover zegt zij het volgende.

“Tijdens mijn scriptie over de vrouwenopvang in Nederland ben ik me pas écht bewust geworden van de taakverdeling tussen de overheid, de provincie en de gemeenten. Zo liepen de vrouwenopvanginstellingen vaak tegen gemeentebeleid aan en hadden gemeenten last van beperkte financiële middelen vanuit het Rijk en de provincie om initiatieven te ondersteunen. Desondanks kan het Rijk de gemeenten niet dwingen naar een passend beleid, omdat de gemeenten zelfstandig beslissingen mogen nemen. Zo kwam bij mij de mening op dat het Wmo-beleid terug moest naar een landelijke visie in plaats van dit te verdelen onder de verschillende gemeenten. Echter, nadat ik de dissertatie van Sharon Stellaard over het boemerangbeleid heb bijgewoond, heb ik mijn vraagtekens bij die opvatting gezet. Het boemerangbeleid stelt dat het hervormingsbeleid oude problemen reproduceert, nieuwe problemen creëert en de uitvoering daarmee duurder en complexer maakt. Dit brengt bij mij ook de vraag naar boven: wat kunnen de provincies in het sociaal domein doen? Dit heeft dan ook invloed op mijn stemkeuze.” - Anouk (23)

Kortom, al lijken de Provinciale Staten soms een 'ver-van-mijn-bed-show' zoals hierboven uiteengezet, hebben de provincies wel degelijk invloed op ons dagelijks leven. Wij als trainees zijn benieuwd naar de uitkomst van de verkiezingen, de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer en ook naar de wetten die de komende jaren ingevoerd worden. Veranderingen waaraan wij graag een bijdrage willen leveren door ze te vertalen naar beleid, uitvoeringsagenda’s en dergelijke. Zodat wij impact kunnen maken op de samenleving in het algemeen en voor de kwetsbare inwoners in het bijzonder.


Anouk Voorheijen, Stephanie de Groot, Maaike Selier, Matthew Weeder , Nina Spieringhs en Noëlle Vekemans



Comments


bottom of page